Hoe zit jij er eigenlijk bij?

Hoe zit jij er eigenlijk bij?

 

In 1998 ben ik lange tijd uitgeschakeld geweest door een hernia. De tweede. De eerste had ik al te pakken in het jaar dat ik eindexamen vwo deed. Op mijn achtentwintigste werkte ik bij een ambitieus ICT-bedrijf dat niet goed bij me paste. Achteraf ontdekte ik dat die hernia het protest van mijn lichaam was. De hernia vertelde me dat ik niets te zoeken had bij dit bedrijf. Anderen krijgen een burn-out, ik kreeg een hernia. Als ik terugdenk aan die periode, is het niet zo zeer de pijn van de hernia waar ik de naarste herinneringen aan heb. Wat me destijds het meeste verdriet en pijn heeft bezorgd was de ondergeschikte en afhankelijke positie waarin in terecht kwam: ik was de regie kwijt en afhankelijk van de bedrijfsarts waar ik regelmatig moest verschijnen, van de huisarts die mij onderzocht, van de chirurg die mij opereerde, van het verplegend personeel dat mij verzorgde, van de werkgever die mijn loon doorbetaalde, van mijn partner die voor mij moest zorgen, van de staat die opdraaide voor de kosten, van de verzekeraar die mijn rekeningen betaalde. Als ik niet door mijn enkel zakte, had ik geen klapvoet en was mijn situatie niet erg genoeg om mij door te verwijzen naar een MRI-scan.. Ik was dus niet ‘erg’ genoeg voor een duidelijk behandelplan en niet goed genoeg om te kunnen werken. Als ik het koud had in het ziekenhuis, moest ik iemand oppiepen voor een extra deken, als ik niet werkte, moest het bedrijf iemand anders in dienst nemen terwijl ze ook voor mij moesten betalen. En dat terwijl ik zo weinig mogelijk tot last wilde zijn en mijn eigen leven wilde leiden. Het schuldgevoel en de onmacht, die waren zwaarder te dragen dan de voortdurende zenuwpijn in mijn lijf.

Toen ik de hernia net had, ontstond er een gevecht tussen mijn lichaam en mijn arbeidsethos: om maar te voldoen aan mijn verplichtingen lag thuis op de bank met mijn laptop op mijn buik te werken. Het werd van kwaad tot erger, dus ik moest toegeven aan dat lichaam. Ik weet nog hoe verschrikkelijk ik het vond om naar de bedrijfsarts te gaan. Bij alles wat ik zei was ik bang dat ze me niet zou geloven, dat ze zou denken dat ik schaamteloos profiteerde van een onverdiend ziekteverlof. Ik voelde me zo schuldig naar mijn werkgever en er veranderde maar niets aan mijn situatie. Pas na een half jaar thuis mocht ik eindelijk onder de MRI. Uit die scan bleek dat er bij de vorige operatie een stukje kraakbeen was blijven zitten. Dat drukte tegen de zenuw. Ik kwam op de lijst voor een operatie (dat gebeurde toen nog) en meteen daarna begon de revalidatie bij een ruggenschool, ook weer betaald door de werkgever.

Inmiddels had ik wel door dat die hernia niet alleen over kraakbeen en zenuwen ging, maar ook over mijn relatie tot mijn werk. Toen ik weer aan het werk ging en bijna helemaal hersteld was, nam ik ontslag. Tegen de bedrijfsarts zei ik dat ik geen uitkering wenste. Ik was klaar met de oordelen over hoe hoog ik mijn been kon optillen. Ik wilde de regie weer in handen. Dit kon ik me overigens veroorloven omdat ik samenwoonde, nog geen kinderen had en omdat mijn partner me een onbezorgd herstel gunde en er alle vertrouwen in had dat ik zo weer op de rit zou zijn. Met het nemen van ontslag viel de argwaan die ik had gevoeld jegens mensen die wat over me te zeggen hadden, het ongemak van de afhankelijkheid, het minderwaardigheidsgevoel dat ik had omdat ik geen bijdrage leverde van me af. De schaamte bleef nog even…. Op feestjes en bijeenkomsten vond ik het moeilijk te antwoorden op vragen als Wat doe jij? Ik wilde kennelijk nog graag voldoen aan de verwachtingen van anderen.

Een half jaar lang heb ik me prima vermaakt op het zonnige dakterras van ons huis in Amsterdam-Zuid en met het oppakken van mijn leven. Daarna ging ik op zoek naar een parttimebaan. Een zittend bestaan zou er voor mij niet meer inzitten, dacht ik. In mijn eigen tempo, op mijn eigen tijd, vanuit mijn eigen motivatie kwam ik weer op gang. Het was heerlijk om weer zelf te mogen beslissen en om niet afhankelijk te zijn van een arts, verzekering, werkgever of chirurg. Ik begon met een tijdelijke klus bij het filharmonisch orkest in Amsterdam en daarna kwam ik bij de UvA terecht, waar ik zeventien jaar ben gebleven.

Ik ben alweer drieënhalf jaar zelfstandig ondernemer en kerntalentenanalist. De herniaperiode heeft me veel inzichten gegeven die ik gebruik in het werk dat ik als onderaannemer van @Hoogbegaafd in Bedrijf bv doe: ik begeleid Tweede-spoortrajecten en re-integratietrajecten van het UWV, van mensen die een ziektewet-, WIA of Wajonguitkering ontvangen. Ik herken hun onzekerheid, de angst dat ze hun autonomie nooit zullen hervinden, hun boosheid over de onrechtvaardigheid van het systeem, de schaamte en het minderwaardigheidsgevoel dat ze hebben. Ik weet dus ook dat in wezen helemaal niet passief zijn maar dat ze juist autonoom zijn. Dat ze zelfregie nodig hebben, dat hun zelfverzekerdheid een harde knauw kreeg en dat het verschrikkelijk moeilijk is het tij te keren op het moment dat je even niet kan vertrouwen op de kracht van je lichaam of je geest en je waardigheid zo ernstig wordt aangetast.

Inmiddels ken ik al heel wat UWV-medewerkers. Stuk voor stuk heel vriendelijke, meedenkende mensen die veelal het beste voorhebben met hun cliënten. Vaak stellen ze hun cliënten gerust door te zeggen dat de ziektewet een verzekering is die je inzet als het even niet goed met je gaat. Je hebt ervoor betaald, het is bedoeld om op krachten te komen, zodat je het daarna weer zelf kan gaan doen. Toch kennen bijna alle cliënten de schaamte, het gevoel van falen en ondanks dat hun UWV-contactpersoon geen enkele bijbedoeling heeft, kunnen de gesprekken voelen als ongelijkwaardig, gewoon omdat je als cliënt aan de andere kant van de tafel zit.

Dit is een belangrijk punt: door de situatie waarin de cliënt verkeert, valt de medaille vaak met de pessimistische kant omhoog. De autonome kapitein heeft tijdelijk plaatsgemaakt voor de onzekere doemdenker. Ook al voel je als begeleider of arbeidsdeskundige of keuringsarts geen enkele superioriteit, in het hoofd van de cliënt kan dit beeld wel ontstaan. Het is belangrijk je daarvan goed bewust te zijn. Je gaat het pas zien als je het doorhebt: hoe maak je een afspraak met je cliënt? Laat je de secretaresse bellen of pak je zelf de telefoon? Die mail, op welke manieren kan je die lezen, misschien geschreven met een vriendelijke toon maar te interpreteren als (passief) agressief? Geef je voldoende en heldere informatie over het doel en de inhoud van een gesprek zodat je cliënt weet wat hij of zij kan verwachten en zich geen dingen in het hoofd gaat halen? Is de ontvangstruimte zakelijk en koel of vriendelijk en toegankelijk? Hoe zit je erbij als iemand binnenkomt, betrokken en open of afstandelijk en met je hoofd nog in andere zaken? Wat heb je aan: een zwart begrafenispak of een wat informelere outfit? Heel kleine dingen kunnen heel groot worden in het hoofd van een onzekere geest. Stel jezelf eens de vraag wat je zelf nodig zou hebben als je aan de andere kant van de tafel zou komen te zitten.

Een nare herinnering die ik heb uit de herniatijd is die aan een afspraak bij de huisarts. Het ging echt niet langer en ik wilde een doorverwijzing naar het ziekenhuis. Het was aan het einde van de middag. Ik zat al een tijd te wachten in een lege wachtkamer. De huisarts, een wat oudere man die ik niet kende, stuurde hoorbaar zijn assistente naar huis, zodat er niemand meer in de praktijk was. Alleen ik. Met die man. Hij riep me binnen en zonder op te kijken van zijn papieren zei hij dat ik me kon uitkleden en op de onderzoekstafel moest gaan liggen. Paniek. Wat was hij van plan? Ik voelde me overgeleverd aan zijn macht maar ik had hem ook nodig, voor een doorverwijzing. Dus bleef ik, zij het met kloppend hart, doodsbang. Hij deed alle gebruikelijke tests: been omhoog, reflexen, krachtmetingen. En ik kreeg mijn verwijzing.

Af en toe denk ik terug aan deze gebeurtenis en dan lopen de rilling weer over mijn rug. Wat als de arts zich die middag menselijker had opgesteld? Ik denk dat het hem niet was gelukt om mij volledig op mijn gemak te stellen, daar was mijn situatie niet naar. Maar als hij een paar kleine dingen anders had aangepakt, had ik deze ervaring niet meer kunnen navertellen. Eenvoudigweg omdat ik die was vergeten.

Geen reactie's

Geef een reactie